Online beleggen

Je bent hier: Home > Cursus beleggen > Waarom stijgen of dalen obligaties?

Waarom stijgen of dalen obligaties?

Algemeen kunnen we stellen dat de rente de belangrijkste factor is in de koersbewegingen van obligaties. Bij een dalende rente stijgt de prijs van een obligatie, bij een stijgende rente daalt de prijs van een obligatie.

Een obligatie is een schuldbekentenis waarop een jaarlijkse vaste rente wordt uitgekeerd. Als je een staatsobligatie koopt van 1000 euro en de rente daarop is 7%, dan krijg je ieder jaar 70 euro aan rente uitbetaald. Maar het kan gebeuren dat de rente stijgt. Dat lijkt leuk, maar voor degene die een obligatie heeft is dat minder prettig omdat er nu betere obligaties zijn met een hogere coupon. De bestaande obligatie wordt dan ook minder waard, de koers daalt. Als je een obligatie had gekocht die 6% rente betaalt, maar de rente gaat snel naar de 8%, dan wordt het lucratiever om in nieuwe staatsleningen te beleggen tegen 8% dan in obligaties die maar 6% geven.

Het omgekeerde geldt ook. Als de rente daalt en je bent nog in het bezit van een obligatie die 8% rente geeft, zie je de waarde van die obligatie stijgen. Terwijl de recente obligaties maar 6% rente geven, heb je immers een obligatie in bezit die 8% oplevert, die dus meer waard is. Kortom: obligaties worden snel meer waard als de rente daalt en minder waard als de rente stijgt.

Kredietwaardigheid emittent

Een obligatie moet op het einde van de looptijd volledig terug betaald worden aan de belegger. Het spreekt dus voor zich dat de kredietwaardigheid van de emittent belangrijk is. Als blijkt dat een bedrijf slecht presteert, dan zullen de koersen van deze welbepaalde obligaties dalen. Het risico op wanbetaling wordt zo ingeprijsd.

Marktrente

In het algemeen kan je zeggen dat rente de prijs is voor het geld. Als de vraag naar geld groot is, dan stijgt de rente. Dat is dus het geval als een economie gedurende enige tijd een sterke groei laat zien. Dan willen bedrijven veel geld voor investeringen. Een stevige economische groei stuwt meestal na enige tijd de inflatie ook op en dan willen obligatiebeleggers een risicopremie voor deze geldontwaarding, ze gaan dus een hogere rente eisen.

Aan de andere kant is ook het aanbod van geld van belang. Dat aanbod is weer grotendeels afhankelijk van het spaargedrag van de particulieren en de geldschepping door het bankwezen. Daar zijn hele boeken over te schrijven. In het algemeen kan je wel zeggen dat onzekerheid de rente in een land opstuwt omdat het aanbod van geld zal afnemen. Beleggers zijn namelijk geneigd om minder risico te nemen. Maar het gebeurt ook dat, na een crash op de beurs, de overheid de rente kunstmatig drukt door middel van een plotselinge forse geldschepping door de centrale bank. De dan snel dalende rente remt de koersval van de aandelen.

Daarnaast speelt het buitenland een grote rol en ook de ontwikkeling van de waarde van de valuta van een land. De Europese korte rente wordt sinds 1 januari 1999 bepaald door de Europese Centrale Bank en het economisch beleid van de eurolanden. Maar de rente in het buitenland, vooral in de VS, speelt ook een rol. In beleggersland wordt gezegd: 'het voorspellen van de rente is net zoiets als het voorspellen van het weer: je zit er vaak naast'.



Gratis nieuwsbrief